De ziekte van Hirschsprung is een aangeboren afwijking van de darm, die haar naam dankt aan de Deense kinderarts Harald Hirschsprung (1830 - 1916). HIj was de eerste Deense kinderarts en interesseerde zich in zeldzame aandoeningen.

Kenmerkend voor de ziekte van Hirschsprung is dat in een kort of lang gedeelte van de wand van de (dikke) darm zenuwcellen ontbreken. Deze zenuwcellen worden ganglioncellen genoemd. De meest opvallende klacht bij de ziekte van Hirschsprung is dat poepen niet mogelijk is of grote moeite kost.

De darmbewegingen zijn normaal gesproken goed gecoordineerd (peristaltiek). Hiervoor zijn ganglioncellen nodig. Een darmgedeelte zonder ganglioncellen kan geen goede, gecoordineerde bewegingen maken, waardoor de darminhoud (ontlastig) niet in de richting van de anus wordt gestuwd. Het gevolg is dat de ontlasting blijft steken en zich ophoopt. Dit wordt obstipatie genoemd.

Meer informatie over de ziekte en de behandeling hiervan vindt u op onze site.

Voor nog meer informatie verwijzen wij u graag naar onze Publicaties.

Harald Hirschsprung  (1830 - 1916)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harald Hirschsprung
(1830 - 1916)

De Ziekte van Hirschsprung

Bij een geboorte zijn ouders vaak in de wolken van blijdschap. Maar soms blijkt al snel dat er iets mis is met de baby. Het kindje poept slecht, weinig of helemaal niet. Het heeft een bolle buik, is lusteloos en hangerig, drinkt vaak niet goed en spuugt soms. De vreugde en blijdschap slaan dan al snel om in bezorgdheid en spanning. Wat is er mis? Bij enkele kinderen met deze verschijnselen kan de oorzaak de Ziekte van Hirschsprung zijn. In Nederland worden jaarlijks ongeveer 40 kinderen geboren met deze aandoening die is genoemd naar de Deense kinderarts Harald Hirschsprung (1830 - 1916). Er zijn in Nederland (kinder-) academische ziekenhuizen die veel ervaring hebben met de Ziekte van Hirschsprung.

Wat is de Ziekte van Hirschsprung?

Gastro-intestinal tract

Kenmerkend voor de Ziekte van Hirschsprung is dat, in een korter of langer gedeelte van de wand van de darm en in de inwendige kringspier van de anus, noodzakelijke zenuwcellen ontbreken. De darm kan de beweging (peristaltiek) niet maken om de ontlasting richting endeldarm en anus te stuwen. De ontlasting hoopt zich op en de darm gaat uitzetten. Aan de buitenkant is dit zichtbaar door een dikke, gespannen buik. Omdat het kind 'vol' zit, zal het weinig of geen trek in voedsel hebben.

Oorzaak

De Ziekte van Hirschsprung is een aangeboren afwijking. We weten dat deze afwijking in een vroeg stadium van de zwangerschap ontstaat, namelijk in de vierde of vijfde week, wanneer het zenuwstelsel wordt aangelegd. Ook is sinds 1996 in ieder geval van één gen aangetoond dat het betrokken is bij de Ziekte van Hirschsprung. Het is echter nog niet bekend waardoor de afwijking ontstaat. Meer informatie over erfelijkheid en de Ziekte van Hirschsprung kan men krijgen bij onze Raad van Advies, waar ook een klinisch geneticus zitting in heeft.

1=slokdarm, 2=maag, 3=dunne darm, 4=appendix, 5=blinde darm, 6=dikke darm, 7=endeldarm, 8=anus

Onderzoek en diagnose

In het ziekenhuis zullen eerst een aantal routine onderzoeken worden gedaan. Daarna zal men door aanvullend onderzoek een diagnose stellen. In de meeste gevallen zullen er verschillende biopten van de dikke darm genomen moeten worden om te bekijken of er sprake is van de Ziekte van Hirschsprung. Aan de hand van gedane onderzoeken zal een behandelplan worden opgesteld. De behandelmethode kan per ziekenhuis en per patiënt verschillen.

Behandeling

Bij de Ziekte van Hirschsprung is een operatie noodzakelijk. Eerst zal men echter het acute probleem moeten oplossen, want de ontlasting komt niet naar buiten. Dit kan op twee manieren gebeuren: door de dikke darm te spoelen met spoelvloeistof (of water), of door operatief een tijdelijke stoma aan te leggen. Onder begeleiding van een verpleegkundige leren de ouders/verzorgers de darm te spoelen of het stoma te verzorgen. Een volgende stap in de behandeling is het verwijderen van het stuk darm dat niet goed werkt. Soms zal men tijdens deze operatie ook een eventueel aanwezige stoma opheffen. In andere gevallen zal dit in een later stadium gebeuren.

Hoe verder?

Alle kinderen zullen langdurig onder controle blijven bij een kinderchirurg. Na de operatie kunnen problemen met de ontlasting blijven bestaan, zoals verstopping en/of diarree, winderigheid. Tijdens periodes dat een kind met de Ziekte van Hirschsprung zich niet goed voelt, bijvoorbeeld bij een verkoudheid of ziekte heeft dat soms ook zijn weerslag op het ontlastingspatroon. Maar ook spanningen of dingen buiten het normale patroon zoals logeren, schoolreisjes, enz. kunnen er invloed op hebben. Het meest voorkomende probleem is verstopping. Het kind kan hier signalen voor geven. Het is hangerig, eet slecht, klaagt over pijn in de buik en heeft meerdere malen vegen in de broek. In overleg met de behandelende arts kunnen hier maatregelen tegen genomen worden.

Tot slot

De Ziekte van Hirschsprung is een aangeboren, chronische darmafwijking. Kinderen met deze ziekte blijven onder controle van een kinderchirurg. Maar ook jongeren en volwassenen zijn vaak nog aangewezen op medische begeleiding.

Rotterdam, januari 2013.

In het Erasmus Medisch Centrum is een nieuw onderzoek gestart dat alle genetische variaties die betrokken zijn bij het ontstaan van de ziekte van Hirschsprung in kaart zal trachten te brengen.

De reden hiervoor is het feit dat de onderliggende oorzaak voor het ontstaan van de ziekte van Hirschsprung niet precies bekend is. Waarschijnlijk spelen meestal meerdere erfelijke en mogelijk ook niet-erfelijke factoren een rol. Tot nu toe hebben wij en anderen slechts bij een gedeelte van de patiënten met de ziekte van Hirschsprung een verandering in het erfelijk materiaal (het DNA), dat verantwoordelijk is voor het ontstaan van deze aandoening, aan kunnen tonen. Waarschijnlijk zijn er nog meer stukjes DNA (genen) die een rol spelen bij het ontstaan van dit ziektebeeld.

In dit onderzoek, waarvoor uw deelname wordt gevraagd, proberen we erachter te komen welke nog onbekende genen een rol spelen bij het ontstaan van de ziekte van Hirschsprung. In de toekomst kan hierdoor wellicht meer inzicht worden verkregen in de oorzaak (en eventuele behandeling) van de ziekte. Hierbij richten wij ons voornamelijk op de families waar meerdere familieleden de ziekte van Hirschsprung hebben en op vrouwelijke patiënten met de lang-segment vorm van de ziekte van Hirschsprung. Dit is omdat binnen deze groepen het herhalingsrisico het hoogst is en erfelijke factoren een belangrijke rol spelen.

We gaan de komende maanden de ons bekende families en patiënten actief benaderen voor voorlichting, toestemming en waar nodig bloedafname. De bloedafname zal voornamelijk verricht worden door researchverpleegkundige Marina Miletovic.

In een aantal gevallen zullen de families en patiënten benaderd worden door hun arts. Mocht er bij u of bij uw kind nooit eerder DNA onderzoek zijn verricht, maar bent u wel geïnteresseerd in dit onderzoek dan kunt u ook zelf contact met ons opnemen voor informatie en eventuele deelname aan het onderzoek.

Indien u na het lezen van deze informatiebrief, voor of tijdens de onderzoeksperiode, nog nadere informatie wilt ontvangen of komen er nog vragen bij u op, dan kunt u altijd contact opnemen met researchverpleegkundige Marina Miletovic, (010-7038370) of klinisch geneticus dr. Alice Brooks (010-7036915). 

Mw. M. Miletovic

Bij de Vereniging Ziekte van Hirschsprung werken vrijwilligers die zelf veelal op de een of andere manier betrokken zijn bij de aandoening. Dit kan zijn, omdat zij zelf de Ziekte van Hirschsprung hebben of iemand in hun naaste omgeving, zoals een kind of partner. Zij zijn wat men noemt ervaringsdeskundigen, maar geen medisch specialisten. Vragen die van medische aard zijn, kunnen echter wel via de Vereniging Ziekte van Hirschsprung gesteld worden. De vereniging heeft goede contacten met een aantal kinderchirurgen, een diëtiste, incontinentieverpleegkundige en een klinisch geneticus. Heeft u een vraag, stelt u hem gerust en stuur een e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Er zal dan, indien wenselijk en mogelijk, getracht worden in contact te komen met een medische hulpverlener die uw vraag zo goed mogelijk kan beantwoorden.

Momenteel lopen er twee grote onderzoeksprojecten in het laboratorium van Prof. Dr. Robert Hofstra.

Het eerste project dat wordt gefinancierd door de Maag Lever Darm stichting is getiteld:

Genetische ontrafeling van de ziekte van Hirschsprung door analyse van neurale lijst
stamcellen, geïsoleerd uit darmbiopten van patiënten

In dit project willen we nieuwe erfelijke factoren (genen) opsporen die mogelijk betrokken zouden kunnen zijn bij de ziekte. Dit doen we door te kijken naar welke genen aanstaan, en dus belangrijk zijn, in de voorlopercellen van het zenuwstelsel van de darm (welke gedeeltelijk ontbreekt bij Hirschsprung patiënten). We kijken in deze voorlopercellen (de neurale lijst stamcellen) omdat we denken dat het niet goed werken van bepaalde genen juist in deze cellen, de ziekte veroorzaakt. We hebben dit onderzoek recent uitgevoerd op dergelijke voorlopercellen van de muis en we gaan dit nu doen op voorlopercellen van mensen met de ziekte van Hirschsprung en mensen zonder de ziekte van Hirschsprung.

In genen die we vinden gaan we vervolgens zoeken naar afwijkingen in de DNA volgorde.
Op deze manier hopen we een beter inzicht te krijgen in het ontstaan van de ziekte

Het tweede project dat wordt gefinancierd door ZonMW is getiteld:

De ziekte van Hirschsprung als model voor genetisch complexe ziekten: wat is de invloed van zeldzame mutaties?

De ziekte van Hirschsprung is een erfelijke ziekte waarvan de overerving soms duidelijk is, we zien bijvoorbeeld dat de ziekte direct overerft van ouder op kind, maar meestal is de overerving minder duidelijk. In het laatste geval zeggen we dat de overerving complex is (ook wel multifactorieel genoemd). In het eerste geval is er veelal 1 gen afwijking (een verandering of een mutatie), bv in het RET gen, die de ziekte veroorzaakt. In het geval van complexe overerving is 1 mutatie niet voldoende en is er een groot aantal mutaties in verschillende genen nodig.

De algemene gedachte is dat in het geval van een complexe overerving vooral veel voorkomende mutaties een belangrijke rol spelen. Het gaat dan om DNA veranderingen die bij heel veel mensen worden gevonden, dus zowel bij mensen met als zonder de ziekte. Het is overigens wel zo dat de mutatie dan vaker voorkomt bij patiënten dan bij niet-patiënten.

In dit project willen onderzoeken of naast de veel voorkomende mutaties ook niet vaak voorkomende mutaties een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van de ziekte. Om dit te bewijzen gaan we op zoek naar zeldzame mutaties in genen en gaan we kijken of deze zeldzame mutaties vaker voorkomen dan algemeen gedacht.

We zullen ons in eerste instantie richten op families met meerdere familieleden met de ziekte van Hirschsprung en vrouwen/meisjes geboren met de lang-segment vorm van de ziekte van Hirschsprung.

We hopen niet alleen ons idee te bewijzen, we hopen ook nieuwe genen te vinden zodat we beter kunnen voorspellen wat de herhalingsrisico’s zijn op de ziekte.

Onderzoeksleider:
Prof. Dr. Robert Hofstra
Erasmus MC Rotterdam
(voorheen UMCG Groningen)

Contact persoon voor patiënten voor dit onderzoek:
Dr. Alice Brooks (klinisch geneticus) Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
of Drs. Joke Verheij (klinisch geneticus) Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.