Late diagnose Hirschsprung ná operatie niet meer nadelig

Het op latere leeftijd vaststellen van de ziekte van Hirschsprung lijkt geen verschil te maken voor het beloop vanaf de operatie. Dit blijkt uit een studie van Daniëlle Roorda, arts-onderzoeker kinderchirurgie bij het Amsterdam UMC. Zij bestudeerde de gevolgen van een late diagnose.

De meeste kinderen krijgen de diagnose Hirschsprung al binnen een paar maanden na de geboorte. Zij kunnen niet zelf poepen. Maar bij sommige kinderen is pas veel later duidelijk wat ze hebben. Zij kunnen wel zelf poepen, maar zijn toch vaak verstopt. Na de diagnose worden de meeste oudere kinderen en volwassenen alsnog geopereerd om het zieke deel van de darm weg te halen.

Geen verschillen
In het onderzoek zaten 120 kinderen die tussen 0 en 3 maanden hun diagnose hadden gekregen en 28 kinderen bij wie dat later was gebeurd. De vraag was waarin de kinderen van beide groepen van elkaar verschilden tijdens en na de operatie. De lengte van de zieke darm? Geen verschil. Type operatie? Ook geen verschil. Stoma, complicaties, darmontsteking, verstopping of incontinentie? Allemaal geen verschil. Ook niet als de late groep nog in verschillende leeftijden was verdeeld waarop de diagnose was gesteld.

Geruststelling
De resultaten van de studie zijn opmerkelijk. Roorda: ‘Ik had wel verwacht dat kinderen met een late diagnose meer klachten zouden ervaren. Dat was precies de aanleiding voor dit onderzoek. Maar dat blijkt niet uit de resultaten. Een late diagnose kon de verschillen tussen kinderen niet verklaren. Wat dit onderzoek wel beperkte, was dat er maar weinig kinderen waren met een late diagnose. Dit maakt onderzoek alleen gevoelig voor grote verschillen.’ De nieuwe resultaten zijn een geruststelling voor mensen die te maken hebben met een late diagnose.

Buitenlands onderzoek
Onderzoek uit andere landen is schaars en laat een wisselend beeld zien. Sommige vinden wel verschillen, bijvoorbeeld in complicaties en in klachten als verstopping. ‘De meeste van die buitenlandse onderzoeken zijn kleiner en ze zijn ook niet gelijk in de leeftijd waarop men een diagnose ‘laat’ vindt.’ Dat zou de verschillen tussen Roorda’s onderzoek en buitenlandse studies kunnen verklaren. Om nog meer zekerheid te krijgen, probeert Roorda nu gegevens van vroege en late diagnoses van andere ziekenhuizen te verzamelen.

Voorkomen van darmontsteking
Maakt het dan helemaal niet uit wanneer de ziekte wordt gediagnosticeerd? Roorda: ‘Nee, dat maakt wel uit. Het is erg belangrijk om de klachten van verstopping vóór de operatie te voorkomen. Door herhaaldelijke verstopping gaat de darm minder goed werken. De kans op verstopping neemt dan steeds verder toe. Als het echt ernstig wordt, komt er een gaatje in de darm en loop je een darmontsteking op. Een snelle diagnose is dus zeker belangrijk.’

Bewustwording
Hoe eerder de diagnose wordt gesteld, hoe beter. Dat blijkt nog wel eens lastig, omdat de klachten bij oudere kinderen niet lijken op het klassieke beeld. Zij kunnen immers wel zelf poepen, maar zitten toch vaak verstopt. Het kan dus zijn dat de huisarts of de MDL-arts niet direct aan de ziekte van Hirschsprung denkt. Roorda geeft toe dat de kans ook niet zo groot is dat verstopping bij oudere kinderen het gevolg is van Hirschsprung. ‘Toch zou het goed zijn als huisartsen en MDL-artsen in die situaties ook aan de ziekte van Hirschsprung denken. Zij kunnen bijvoorbeeld eens overleggen met een kinderchirurg als verstoppingsklachten niet overgaan.’

Pauline van Schayck, Wetenschapsjournalist

Joomla! Foutopsporingsconsole

Sessie

Profielinformatie

Geheugengebruik

Database zoekopdrachten